Posted by on 9 januari, 2019

Zo aan het begin van een nieuw jaar heb ik altijd een aantal van die voornemens die je hoopt vast te houden gedurende het jaar. Ieder jaar staat bij mij stipt op 1: meer lezen. In het begin bouw ik er bewust tijd voor in, maar wanneer ik veel opdrachten heb lopen en mijn agenda hectischer wordt, sluipen die leesuurtjes mijn agenda weer uit. En dan worden andere dingen blijkbaar belangrijker. Kortom, het veranderen van je gedrag is zo makkelijk nog niet. Dat is overigens geen nieuws, maar algemeen bekend. Net zoals dat het organisatiegedrag, het collectieve gedrag in organisaties, niet zo makkelijk te beïnvloeden is. Ook daar zijn boeken vol over geschreven. Maar zo aan het begin van een nieuw jaar, tijdens een van mijn ingeplande leesuurtjes, pakte ik het boek ‘Onomkeerbaar’ van Leike van Oss en Jaap van ’t Hek uit de kast. In 2,5 uur tijd heb ik weer een aantal nieuwe perspectieven en inzichten opgedaan over het veranderen van organisatiegedrag.

Drie werelden

De auteurs maken direct onderscheid in drie soorten werelden: het wenselijke, het werkelijke en het mogelijke. In het Wenselijke worden ideeën gecreëerd, ambities gesteld, toekomstige wensen voor de organisatie bedacht. In het Werkelijke wordt het ‘échte werk’ gedaan, de corebusiness van een bedrijf bedreven. Het Mogelijke zit tussen het werkelijke en het wenselijke in; de veranderruimte. Er is geen harde scheidslijn tussen deze drie werelden, en hoewel het makkelijk is om te zeggen dat ‘de top’ van een organisatie altijd in het Wenselijke zweeft, en de werkvloer in het Werkelijke, is dat ook een aanname die te snel wordt gemaakt. De werelden bestaan naast elkaar, en afhankelijk van de persoon en de situatie is de ene wereld meer aanwezig dan het andere. Jezelf als veranderaar bewust zijn van deze werelden en dit bewustzijn op de juiste momenten toepassen helpt om een verandering teweeg te brengen.

Functioneel conflict

Wat ik leerzaam vind om te lezen is het functioneel gebruik maken van conflicten en van spanning. Afgelopen zomer las ik het boek ‘Hoe ik verander’, geschreven door Shirine Moerkerken. Ook zij besteedt een heel hoofdstuk aan het functioneel inzetten van conflict. Zowel Shirine als Leike en Jaap beschrijven dat spanning positief kan zijn in verandering. Het kan een mate van betrokkenheid aangeven. Het kan een signaal zijn van de ervaringswereld (het Werkelijke) om de ideeënwereld (het Wenselijke) te willen begrijpen. Zodra er een conflict ontstaat kun je uitzoeken wat voor soort conflict het is, om vervolgens je volgende interventie / stap in het veranderproces te bepalen.

Geplande verandering en het belang van taal

Een ander inzicht dat Leike van Oss en Jaap van ’t Hek mij brengen is dat geplande verandering niet in beton gegoten hoeft te zijn. Dit gezegd hebbende ben ik mij ervan bewust dat ik ‘geplande verandering’ zelf automatisch koppel aan ‘ouderwets veranderen in een tijd dat alles nog langzaam ging’. Een geplande verandering had voor mij de betekenis van het volledig theoretisch uitdenken van een op dat moment gewenste verandering alvorens over te gaan naar het daadwerkelijke gaan ‘doen’. Maar ik heb in dit boek geleerd dat je bezig kunt zijn met een geplande verandering terwijl je jezelf wel de ruimte kunt geven om per stap te bepalen wat je volgende stap gaat zijn. Leren door te experimenteren, en op die manier de Werkelijke en de Wenselijke wereld dichterbij elkaar brengen. Dat is juist mijn manier van werken, maar ik had het zelf nooit gekoppeld aan geplande verandering.

Wat de vorige alinea alleen maar onderschrijft, en wat ik zelf in de praktijk ook ervaar is dat taal ontzettend belangrijk is in veranderprocessen. De betekenis die ik aan de twee woorden ‘geplande verandering’ gaf, blokkeerde in eerste instantie mijn hoofd bij het lezen van het eerste hoofdstuk. “Als dit over geplande verandering gaat hoef ik eigenlijk niet meer verder te lezen, dat vind ik wel zo ouderwets denken”. Maar door verder te lezen, nieuwsgierig te zijn naar wat de betekenis van die woorden voor de auteurs is, doorbreek ik mijn blokkade en ben ik aan het leren.

De staart

Het venijn zit ‘m vaak in de staart, en dat is ook het geval bij veranderprocessen. We laten het vaak te vroeg los. En dan worden we verleid om terug te vallen op onze oude gewoontes en patronen. De oproep aan het einde van het boek is dan ook om hier alert op te zijn en ervoor te zorgen dat je niet te vroeg het veranderproces loslaat. Ik doe die oproep dus ook aan mezelf, want inmiddels heb ik in drie uur tijd een boek gelezen en een kort artikel erover geschreven waardoor ik mezelf heb gedwongen om betekenis te geven aan wat ik zojuist heb gelezen en heb geleerd. Hartstikke zinvolle tijdsbesteding, zou ik vaker moeten doen komend jaar. Wie doet er mee?

Comments

Be the first to comment.

Leave a Reply


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.